In het interbellum rees op de top van de Blandijnberg een nieuw bibliotheekgebouw dat alle andere facetten van het bibliotheekleven in de schaduw zou zetten. In volle oorlogstijd verhuisde de bibliotheek van de Ottogracht naar de Blandijn, van een uitgeleefd abdijcomplex naar een nog onafgewerkte toren van glas en beton. De voorgeschiedenis, het ontwerp en de bouw van de Boekentoren domineerden het mandaat van twee hoofdbibliothecarissen, Paul Bergmans en René Apers, en zouden meer dan twintig jaar aanslepen. De hele onderneming werd door architect Henry van de Velde ‘een ware lijdensweg’ genoemd en bracht zijn bureau ‘aan de rand van de ruïne’. Pas in 1960 kon de verhuisperiode afgesloten worden.