
Lost and found
Found was het tweede deel van het drieluik Lost and Found – Caring for What Is (about to disappear). De expo werd samengesteld door Tine Hens, auteur van Archief van mogelijk verlies (EPO, 2025) en bracht de verhalen over leeuweriken, gletsjers, vuurvliegjes, olmen uit haar boek samen met zorgvuldig geselecteerde stukken uit de bibliotheekcollectie en met het werk van hedendaagse illustratoren als Jan De Kinder, Carll Cneut en fotograaf Linde Raedschelders en beeldende kunstenaars Maarten Vanden Eynde en Lola Daels.
Curator Tine Hens blikte in deze video terug op de vier rode draden die door de expo lopen, over maanden doorgebracht in onze leeszaal bijzondere collecties, en over wat er groeide in de dome op de binnenkoer.
Ze keek ook vooruit naar het derde luik van Lost & Found, Caring for What Is (about to Disappear) op de Belvedère op 21 juni 2026: Caring, een programma met muziek en woord over actieve hoop, een blik op de toekomst.
Expo Found, van 3 – 27 februari 2026, maandag - vrijdag: 08.00 – 17.00 uur.
De publieke opening vond plaats op maandag 2 februari 2026 in de Tijdschriftenleeszaal van de Boekentoren. Tine Hens lichtte de expo toe, ging in gesprek met Annelies Jacobs en Hendrik Defoort over het bewaren van natuurlijk en cultureel erfgoed en met kunstenaars Lola Daels en Maarten Vanden Eynde over hun werk. Jenna Vergeynst luisterde de avond muzikaal op. Yousra Benfquih nam het laatste - spoken - wo(o)rd.
Bijzondere zondagen: vrij bezoek tussen 14.00 – 17.00 uur. Op die namiddagen zijn er om 14.30u en 15.30u rondleidingen door de expo, telkens vanuit een andere invalshoek. Zonder inschrijving.
Door de houtsnede van de Melkweg van Frans Masereel uit Die Stadt, trad de bezoeker een wereld binnen waar Guido Gezelle een ode schreef aan de opgezette dieren in het museum van het Kleinseminarie in Roeselare, waar bomen stonden die als klimaatslachtoffers stierven door droogte, bosbrand, verzilting, waar zeemonsters de oceanen bevolkten in de atlas van Gerard Mercator, waar Georges Cuvier bij de vondst van de fossiele onderkaak van de Mastodont bedacht dat soorten kunnen uitsterven.
Bijzondere aandacht ging naar de tekeningen van Europese planten, vlinders en insecten van Maria Sibylla Merian (1647-1717), die als eerste de intieme verbondenheid tussen bloemen en hun bestuivers beschreef. Als artistiek project en als link tussen levend en papieren erfgoed kwam haar plantenwereld na het einde van de expo tot bloei op de binnenkoer van de Boekentoren.
Deze tekst gaat verder onder de afbeeldingen.
Leeuwerik | BIB.HN.000544 | Skelet ibis | BIB.HN.000198/V1 | Uranium | BHSL.RES.1645/6 | 'De Nacht' Masereel | BHSL.RES.1776
Maar de ontdekkingstocht van de natuurlijke wereld, waarvan reisverslagen en prachtig geïllustreerde flora’s getuigen, liep ook samen met kolonisatie, roof en exploitatie. Nog steeds boren we diep in aardlagen om menselijke rijkdom te voeden en te vergaren. Het is een contrast en een spanning waar beeldende kunstenaars Maarten Vanden Eynde en Lola Daels op reflecteerden.
En dan was er de vraag naar het erfgoed van later, naar wat blijft en onverwoestbaar lijkt. Tastend, zoekend peuterde de expo een luik naar morgen open. Voor het eerst was de Mondkapmeeuw uit de afdeling ‘Dode dieren met een verhaal’ van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam in bruikleen te zien. Naast het originele artikel van Leo Baekeland over de ontwikkeling van bakeliet, lagen ‘plastiglomeraten’, nieuwe stenen die ontstaan door de versmelting van plastic en mineralen.
Als voorlopig archief van een mogelijke erfenis.