Uitgelicht - Getijdenboek van Alexandre Petau
Kennisoverdracht gebeurde eeuwenlang vooral mondeling. Teksten waren zeldzaam en kostbaar, omdat ze met de hand werden gekopieerd door monniken of kopiisten. Deze activiteit was niet alleen enorm tijdrovend, maar vergde ook vaardigheden die een groot deel van de bevolking niet had: schrijven en lezen. De graad van analfabetisme was op bepaalde plaatsen hoger dan 90 procent. De boekdrukkunst bracht daar vanaf de 15de eeuw langzaam maar definitief verandering in.
Erfgoedstuk in de kijker
Het getijdenboek van Alexandre Petau (1610-1672), een erkend Vlaams topstuk. Hoewel het gemaakt werd in de 15de eeuw, wanneer de boekdrukkunst al gebruikt werd in Europa, is dit rijkversierde werk nog met de hand geschreven.
Dit is een echt gebruiksvoorwerp. Een getijdenboek is namelijk een gebedenboek dat leken dagelijks gebruikten.
Sinds zijn creatie in Rouen, een Normadische stad, heeft dit Getijdenboek een lange weg afgelegd. Het was oorspronkelijk eigendom van koning René van Anjou (1409-1480). Later kwam Koningin Christina van Zweden (1626-1689) in bezit van het object. Ze verbleef in 1650 in Gent, waar ze het waarschijnlijk vergat in de Sint-Pietersabdij. Uiteindelijk belandde het in de collectie van boekenverzamelaar Alexandre Petau. Dankzij die ene vergissing van Koningin Christina zit er nu dus een Vlaams topstuk meer in onze collectie.
De illustraties zijn later aangebracht dan de tekst, in het begin van de 16de eeuw. De illustratoren uit Parijs-Rouen, geïnspireerd door de Gent-Brugse stijl, maakten maar liefst 46 grote miniaturen en een ontelbaar aantal gouden verfraaide letters. Van deze groep miniaturisten is er in Vlaanderen geen enkel ander manuscript bewaard, wat dit handschrift enorm zeldzaam maakt.
Getijdenboek van Alexandre Petau. (HS.0234)
Meesterschap in miniatuur
Het handschrift is rijkelijk geïllustreerd, met unieke verluchting en randversiering. Er zijn terugkerende elementen, zoals bloemen, vruchten en dieren. Die elementen werden geplaatst tegen een egale achtergrond, een stijl die ontwikkeld werd door Vlaamse miniaturisten, in navolging van de Vlaamse primitieven.
Het getijdenboek bevat verschillende gebeden, die de gelovige op vastgelegde uren van de dag moest bidden. Het boek bevat enkele lessen uit de Evangeliën. Zij zijn gedecoreerd met miniaturen van verschillende gebeurtenissen uit de Bijbel.
Het getijdenboek bevat ook een prachtig geïllustreerde kalender. Het religieuze karakter van het boek komt hier tot uiting: per maand worden er een reeks heiligen opgesomd die dan vereerd werden. Bij elke maand horen twee miniaturen. Op de linkse prent wordt altijd een tafereel voorgesteld dat iets te maken heeft met de maand waar het bijhoort. Zo zie je bijvoorbeeld in juli een man en vrouwen die aan het oogsten. Op de rechtse miniatuur van elke maand staat er steeds een sterrenbeeld.
Te zien
Je kan het getijdenboek van Alexandre Petau nu komen bewonder in de Boekentoren, waar vier vitrines een doorsnede geven van de rijke erfgoedcollectie.
Wil je het manuscript thuis rustig doorbladeren? Dan kan je de volledig gedigitaliseerde versie op onze catalogus raadplegen.









